In DNS heb je meerdere typen records, elk van deze typen hebben hun eigen betekenis en structuur. In dit artikel leggen wij jou graag uit wat elke type precies doet.


Begrippenlijst

FQDN (Fully Qualified Domain Name) = De volledige domeinnaam van een systeem op het internet. Deze bestaat vaak uit een hostnaam (www) en een publieke domeinnaam (savvii.nl). In het geval van websites is ook vaak het 'kale' domein (bijv. savvii.nl) een FQDN.


Host = Een systeem op een netwerk, bijvoorbeeld het internet.



A en AAAA Records

A en AAAA records worden ook wel host records genoemd, deze worden namelijk gebruikt om een (sub)domein aan een IP adres van een host te koppelen.


Hierbij worden A records gebruikt voor IPv4 addressen en AAAA records voor IPv6 addressen



CNAME Records

Een CNAME record, of Canonical Name Record, kan je ook wel zien als een 'alias' record. Met een CNAME record kan je namelijk verwijzen naar een A- of AAAA record.


Als voorbeeld, je hebt een website (example.nl) op een host met IP adres 198.51.100.5. Je hebt hier een A-record naar toeverwezen:


(A-record) example.nl -> 198.51.100.5


Vervolgens wil je ook dat www.example.nl gaat verwijzen naar de host waar de site op staat. Dit wil je doen ongeacht waar het A-record naar verwijst zodat je maar 1 record hoeft te wijzigen als je jouw website gaat verhuizen. Hiervoor maak je dan een CNAME-record aan:


(CNAME-record) www.example.nl -> (A-record) example.nl -> 198.51.100.5


De CNAME verwijst altijd naar het A-record. Dus als de waarde van het A-record wijzigt veranderd het uiteindelijke antwoord van een vraag naar het CNAME record mee.



MX Records

MX Records, of Mail eXchanger records geven aan welke hosts verantwoordelijk zijn voor het ontvangen van mail voor een domeinnaam.


Een MX record moet altijd naar een A- of AAAA record verwijzen en kan niet direct naar een IP adres verwijzen. Naast de verantwoordelijke host moet je ook een prioriteit meegeven. Je kan namelijk meerdere MX records aangeven en het kan daarbij voor komen dat ze verschillende prioriteiten hebben Hierbij heeft een lagere waarde een hogere prioriteit. 


Het is hiermee overigens niet mogelijk om mail bij meerdere aanbieders af te leveren, mail word altijd maar bij 1 host afgeleverd.



TXT Records

TXT records, of simpelweg text records kunnen worden gebruikt om arbitraire gegevens in DNS op te slaan.Vaak is dit machine-leesbare text voor bijvoorbeeld bewijs van domeineigendom door maildiensten of bijvoorbeeld Google Webmaster Tools.


TXT records worden ook gebruikt voor SPF (Sender Policy Framework) gegevens waarmee word aangegeven vanaf welke hosts mail mag worden verzonden namens een domein.

Meer informatie over SPF vind je hier: SPF Records


SRV Records

SRV Records, ook wel service records, worden voor bepaalde diensten gebruikt om informatie te verschaffen over de locatie en poortnummer voor de dienst. Hierbij kan je bijvoorbeeld denken aan Skype for Business die extra gegevens nodig heeft voor de SIP (Session Initiation Protocol) verbinding.